Ana səhifə

Aanvraaginstructie


Yüklə 0.74 Mb.
səhifə1/10
tarix11.06.2016
ölçüsü0.74 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Familiearchief Van Hoogstraten

II


Scriveriana

Stukken betreffende Petrus Scriverius (1576-1660),

de familie Schrijver en aanverwante families

(1590-1762)

Dr. M. Roscam Abbing

Dr. P. Tuynman


Amsterdam, oktober 2004


Aanvraaginstructie
De originele archiefstukken, beschreven in deze inventaris, kunnen in de studiezaal van het Nationaal Archief ter raadpleging worden aangevraagd met de aldaar aanwezige terminals.
Nummer toegang: 2.21.333.02 (punten ook intikken!)

Inventarisnummer: .. (vet gedrukte nummers in de linker marge)



Beperkingen van de raadpleging en de reproductie

Openbaarheid

Raadpleging van dit archief is niet aan beperkingen onderhevig.

Materiële staat

Een enkel stuk kan in slechte staat verkeren, wat tot gevolg heeft dat het niet geraadpleegd kan worden. Een opgave van het inventarisnummer op deze plaats is nagelaten, aangezien de materiële staat en de bijbehorende reproductiemogelijkheden niet een permanente situatie vormen (restauratie, verfilming, etc.). Bij het aanvragen met de terminal krijgt u echter een mededeling terzake.



Reproductie

Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig.



Citeerinstructie

Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het geraadpleegde archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met de verkorte aanhaling.


VOLLEDIG:

Nationaal Archief, Den Haag, Familiearchief Van Hoogstraten (1590-1762) - Scriveriana, nummer toegang 2.21.333.02, inventarisnummer .., stuknummer ..


VERKORT:

NA, Scriveriana, 2.21.333.02, inv.nr. .., stuknr. ..


Overig
Deze inventaris is ook online te raadplegen, met gebruikmaking van de zoekfunctie: www.vanhoogstraten.org/archief.htm. Een rijk geïllustreerde digitale inventaris op mini CD-R ( 8 cm) is te koop bij de familiestichting (zie informatie op de genoemde website).
Het Familiearchief Van Hoogstraten is eigendom van de Stichting Familie van Hoogstraten en in 2004 in langdurig bruikleen overgedragen aan het Nationaal Archief.

Inhoud


I Inleiding 4
II Inventarisnummers 11
III Beschrijving van de stukken per inventaris (stukken 1 t/m 39) 14

IV Concordantie en index op oude nummering 61


V Index op namen en zaken van inv. nr. 1 tot en met 36 64
I. Inleiding
In 1977 publiceerde de heer Wolleswinkel van het Iconograp­hisch Bureau te Den Haag een artikel over 'de portretten van Petrus Scri­verius en zijn familie'1. De aanleiding vormden vijf zestien­de-eeuwse panelen in het bezit van François (XIII-H), oud-burge­meester van Hengelo Gelder­land2. De zeventiende-eeuwse ge­leerde en humanist Petrus Scri­veri­us (1576-1660) is een voor­ouder van de oud-burgemeester en de portretten waren door verer­ving in zijn bezit geko­men. In datzelfde jaar publi­ceerde Pierre Tuynman, voor­zitter van de voorma­lige vakgroep Neola­tijn aan de Universi­teit van Amster­dam, een uitvoerig artikel over Scrive­ri­us in het ­tijd­schrift Quae­rendo3. Deze bijdrage, in feite het eerste over­zichtsar­ti­kel sinds een eeuw daarvoor over Scriverius een lemma was opgeno­men in het Bio­graphisch Woor­denboek van Van der Aa (Haarlem 1852-1878), gaat in op de be­lang­rijkste weten­schappe­lij­ke werkzaam­heden van deze geleer­de.
Na het overlijden van de oud-burgemeester bleek dat in het Familiearchief Van Hoog­straten, dat hij onder zijn hoede had, een oude lijst bewaard wordt waarop familieportretten, waaron­der de vijf genoemde panelen, uitvoerig beschreven zijn. Het bestaan van deze lijst was voor Wolleswinkel aanlei­ding om een ver­volg-artikel te publiceren over 'De portret­tenverzame­ling van Mr. Jan Willem van Hoog­straten (1722-1770)­'4. Ook bleek dat andere archivalia betreffende de familie Schri­jver vererfd waren, waaronder een dertigtal brie­ven gericht aan Scrive­rius.

De onbekende Scriveriana waren aanleiding voor een langdurig en nog altijd voortdurend historisch onderzoek. De oudste zoon van de oud-burgemees­ter en nieuwe eigenaar van het archief, de heer J.S.F. van Hoog­stra­ten, gaf opstellers dezes, dr. M. Roscam Abbing en dr. P. Tuynman, zijn toe­stemming dit archief te bestu­deren en te ont­slui­ten. Vanaf december 1984 tot in 1988 zijn alle stukken door hen geïnventariseerd, al dan niet uitvoerig beschreven en geplaatst in 36 omslagen. In de jaren nadien zijn de beschrijvingen zoveel mogelijk op grond van nader onderzoek en nieuwe gegevens bijgewerkt. In bijlage I zijn aanvul­lende documenten geplaatst, zoals correspon­dentie, overdrukjes of fotokopieën uit artikelen en archieven. In bijlage II bevindt zich een ten behoeve van het onderzoek op­gestelde genealogie Schrijver, mede opgesteld aan de hand van de Scriveriana, en tot slot in bijlage III corres­pondentie met mevrouw Sandra Langereis over de Scrive­riana en de wijze waarop zij die gebruikt heeft ten behoeve van haar disserta­tie5.


In oktober 2000 werd de Stichting Familie van Hoogstraten opgericht. De in de Verenigde Staten woonachtige eigenaar van het familiearchief, Jan Samuel François (XIV-K), heeft kort daarna het archief in eigendom overgedra­gen aan deze Stich­ting. Tot dit archief behoren de in deze inventaris be­schre­ven archivalia. Op initia­tief van de Stich­ting Familie van Hoogstraten is de inven­taris, met het oog op bruik­leen aan het Natio­naal Archief te Den Haag, voor publicatie gereed gemaakt.
De voorliggende inventaris is het resultaat van de nauwe samenwerking tussen beide, in alfa­betische vol­gorde genoemde auteurs. Wat betreft de zeventiende-eeuwse brieven en andere archief­stukken was het onderzoek en de verslaglegging daar­van eind 1988 reeds in hoofdzaak afge­rond, maar bleef publica­tie ach­terwege tot overdracht van het archief aan het Nationaal Archief. De bewer­king van met name de rechtstreeks op Scrive­rius tijdens zijn leven betrek­king hebbende beschei­den komt vooral, maar niet uitslui­tend, voor rekening van de als tweede genoemde auteur, het onder­zoek naar de ge­schiedenis van het archief, Scriverius' familie en nako­melingen vooral, maar niet uitsluitend, voor rekening van de eerstgenoemde. Over onze ande­re, ten dele nog in voor­berei­ding zijnde publi­ca­ties en de verdere onder­zoeks­re­sulta­ten volgt hier­onder meer.
Vererving van Scriveriana in het Familiearchief Van Hoogstraten
De aan Petrus Scriverius gerichte brieven en de andere hier beschreven Scriveriana behoren tot het Familie­ar­chief Van Hoogstraten. Dankzij verschillende stukken uit dit archief zelf is het mogelijk te reconstrueren wie er vroeger de be­heerders van waren en hoe deze collectie in zijn huidige samenstelling tot stand is gekomen.
De Scriveriana, stukken die op Petrus Scri­verius be­trekking hebben of tot hem en zijn werk in betrekking staan, vormen een van de meest interessante onder­delen van het archief. Behalve uit notariële akten, die in vrijwel elk familiearchief voor­komen, bestaan de Scriveri­ana uit aan hem gerichte brieven, zowel van geleer­den als van familieleden, uit plano's, en uit aante­keningen van Scriverius zelf. Daarnaast zijn er stukken betreffende enkele geparen­teerde families, zoals de Van Rodenburgs en De Wildts. Bovendien wordt het archief gecomple­teerd door de aanwezigheid van diverse por­tretten. Het archief is in de loop der jaren van­zelfsprekend steeds bij wisseling van eigenaar ook van samen­stelling veran­derd. Van bijna elke latere generatie zijn er nog ar­chivalia in aanwezig.
De omvangrijke bibliotheek van Scriverius werd deels op 3 april en vervolgens op 8 augustus 1663 geveild te Amsterdam6. Veel Scrive­riana raakten via deze veilingen in andere handen. Onverkocht gebleven of mogelijk nooit op deze veilingen aangebo­den zijn de Scriveriana die in het bezit moeten zijn geweest van Scriverius' jongste en langstle­vende zoon Hendrik Schrij­ver (1610 1665).
Door het huwelijk van Hendrik Schrijver met Anna van Roden­burg (1628 ­1707) uit Oudewater kwamen ook enkele stukken betref­fende de Van Roden­burgs bij de Scriveriana. Van haar stammen ook de blaadjes waarop zij de geboor­ten, en in enkele geval­len het vroegtijdig over­lijden, van haar kinde­ren noteerde en die later ingebonden werden in een bewaard geble­ven Staten­bij­beltje met goudbe­slag. Het overlij­den van Scriveri­us zelf, die de laat­ste jaren van zijn leven in hun huis te Oudewater door­bracht, staat er in aange­tekend: 'Petrus Scriverius mijn mans vader is gestor­ven den 30 April 1660. Oudt sjnde vier en tachtich Ja­re, tot lejde begra­ve.'. Dit kostbare fami­lie­bij­beltje, dat eveneens door Jan Samuel François (XIV-K) aan de Stichting Familie van Hoogstra­ten is overgedragen, is buiten de bruikleenover­dracht aan het Nationaal Archief gehouden7.
Vermoedelijk pas twee jaar na het overlijden van Anna van Rodenburg, in 1709, werd de tot dan toe gemeen geble­ven boedel van Hendrik Schrijver onder zijn erfgena­men ver­deeld8. Scri­ve­riana, waaronder brieven gericht aan Scri­ve­rius en por­tretten, lijken uit­einde­lijk bij ten minste twee van haar kinde­ren terechtgeko­men te zijn: Cornelia Aletta (a) en Mia Catha­rina (b).
(a) Bij de kinderen van Cornelia Aletta Schrijver (1654-1743) en haar man Rudolph van Zijll (1655-1750) hebben diverse be­schei­den met betrekking tot Scriverius berust. In 1738 ver­schijnen te Amster­dam de Nederlandstalige Gedichten van Petrus Scrive­rius, met daaraan vooraf­gaand een uitvoerige levensbeschrij­ving. Een met name genoemde zegsman van de onbekende biograaf is Hendrik Willem van Zijll (1687-1752), oudste en ongehuwd gebleven zoon van Cornelia Aletta9. Diens zuster Jacomina Elisabeth van Zijll (1689-1774) huwt Matthijs Schrij­ver (1685-1718/20), een nako­me­ling van Scriverius' oom Thijs Pieterszn. Dit huwelijk bleef kin­der­loos, maar Matthijs' broer Cornelis (1687-1768), luite­nant-admi­raal van Holland, had een dochter Philippine (1732-1798), die huwde met Joan Frederik d'Orville (1732-1809)10. Via deze lijn zijn boedelbeschrijvingen bewaard ge­ble­ven waaruit onder andere blijkt dat er in de familie Van Zijll in 1774 nog voorhanden waren een 'Verbaal tus­schen Petrus Scriverius en zijn zoonen ter eenre, en Johan en Floris Soop, ter andere zijde, in dato 1 junij 1650' en 'Twee boeken zijnde aanteeke­ningen van Ont­fang en Uitgaven etc. tusschen Petrus Scriveri­us, en zonen, ter eenre, en de Soopen, ter andere zijde'11.
Een twee­de zus­ter van genoemde Hendrik Willem van Zijll, Clementia van Zijll (1695-1778), huwt Mat­thijs de Roode (geb. 1704). Via een kleinzoon van deze Clementia van Zijll, Cornelius de Jong van Rodenburgh (1762-1838) is een aantal archiefstukken vererfd, met name over de Heerlijk­heid Roden­burg. Later is dit archief-Rodenburg via een schenking bij de familie Müller terechtgeko­men. In 1986 kwamen enkele kopieën uit dit archief met gege­vens over de Schrijver-familie te onzer beschikking dank­zij de vriendelijke mede­werking van Mr. D. Müll­er te Mijnshe­ren­land12. Uit deze lijn is ook de 'Collectie Van Zijll de Jong' in de Stichting Belasting­museum Prof.­dr. Van der Poel te Rot­ter­dam afkomstig. Scriveriana bevinden zich hier niet onder, maar wel, onder andere, een akte uit 1662 betreffende een geschil over Hendrik Schrijvers huis te Oudewater13.
(b) De tweede lijn van vererving van Scriveriana loopt via Hendrik Schrijvers dochter Mia Catharina (1655 1776). Zij was gehuwd met dominee Johannes de Wildt (1667 1738) en het enig kind uit dit huwelijk, Wilhel­mia de Wildt (1694-1776), huwt in 1718 met Fransois (VIII-B), nota­ris te Schoonhoven en Oudewa­ter. Via dit huwe­lijk zijn veel van de archi­valia en portret­ten van de Schrij­ver familie in de Van Hoog­straten fa­milie geraakt. Het genoemde Statenbij­beltje met fami­lie aan­teke­ningen erft Wil­helmia de Wildt in 1760 wanneer het langst in leven geble­ven kind van Hendrik Schrij­ver en Anna van Roden­burg, de ongehuwde Christi­na Henrietta Schrij­ver, op 101 jari­ge leef­tijd over­lijdt.
Overigens had ook een derde kind van Hendrik Schrijver en Anna van Rodenburg Scriveriana in zijn bezit. Het gaat hier om de naar zijn grootva­der vernoemde Pieter Schri­jver, heer van Roden­burg en secretaris van Oudewater (1658-1725), die in 1697 Anna van Groenendijk (1673-1727) huwt. Eind 1736 draagt de rector van de Latijnse school te Gouda, Arnol­dus Henricus Wester­ho­vius, de door hem bezorg­de posthume uitgave van Scriverius’ Opera Anecdota philolo­gica et poëtica (Utrecht 1737) op aan twee Goudse magi­straten: Adriaan van Groenendijk (1691-1761) en Melchior Sebastiaan van den Kerckhoven (1692-1761)14. Van of via deze beide heren had Wes­terhoff, zo deelt hij in de op­dracht mee, door Scriveri­us nagelaten papieren, met daaronder vele ge­dich­ten, in handen gekregen en hij noemt hen als behorend tot 'de legitie­me erven' van Scri­veri­us. Het huwe­lijk tussen Pieter Schrijver en Anna van Groenendijk was kinderloos geble­ven en de Scrive­riana waar­over Westerhoff spreekt, waren klaarblijkelijk bij de kinde­ren van Anna's enige broer, Mr. Cornelis van Groenen­dijk (1658-1704), terechtgeko­men. De Opera Anecdota zijn immers opgedragen aan diens enige zoon, Mr. Adriaan Groenen­dijk, en aan Mr. Melchior Sebastiaan van den Kerckhoven die met een jongere zuster van Adri­aan, Margar­etha van Groe­nendijk (1693-1770), gehuwd was15.
Over het familiearchief-Van Hoogstraten
Via het hierboven sub b vermelde huwelijk van Fransois (VIII-B) met zijn volle nicht Wilhelmia de Wildt zijn niet alleen veel van de archiva­lia en por­tret­ten van de Sch­rij­ver familie in de Van Hoogstra­ten fa­milie te­rechtge­ko­men, maar ook diverse archiefstuk­ken en portret­ten van de fami­lie de Wildt. De zoon van Fran­sois en Wil­hel­mia de Wildt, Jan Willem (IX-A), heeft zich in zijn voorge­slacht verdiept. Zo stelde hij een genealo­gie de Wildt samen, maakte hij notities in het genoemde Staten­bij­beltje en was hij in familiewapens geïnteres­seerd, vermoedelijk ten behoeve van een eigen wapenbord met kwartierwapens.
Jan Willems zoon Samuel (X-A) kreeg vervolgens de Schrijver ar­chivalia in bezit. Zo werd in 1819 door een (verre) neef van hem, Corne­lius de Jong van Roden­burgh (1762-1838), een testa­ment uit 1628 uit zijn bezit gekopieerd16. Samuel (X-A) is het ge­weest die de uitvoerige lijst van portret­ten op­stelde waarover Wolleswinkel publiceerde17. Uit aanteke­ningen van zijn hand blijkt dat hij onder meer gepro­beerd heeft het archief te ordenen. Op een bewaard geble­ven omslag noteerde hij: “Originele Brieven aan Petrus Scrive­rius van de Jaaren 1603 tot 1649. waaronder van W: & H: Groti­us, Hoger­beets en andere Geleerde mannen. Ook gemeenzame brieven over zeer onverschil­lige onder­wer­pen, alleen om der­zelver oudheid merkwaar­dig.”18 De twee bedoelde brieven (en moge­lijk waren het er meer) van Hugo de Groot en Hoger­beets, ge­richt aan Scriveri­us, zijn later uit het archief vervreemd en in de Koninklijke Biblio­theek te Den Haag terechtgeko­men19.
Samuel (X-A) had twee doch­ters, van wie de jong­ste, Margaretha Gerardina (X-Ab), huwt met Jhr. Mr. Hendrik Johan Caan (1781­ 1864). In het familiear­chief Caan lijken, afgezien van Scrive­rius' aankoopakte uit 1641 van de Hofstede Rietveld, gelegen nabij Woerden, geen Scriveriana bewaard te zijn geble­ven.20 Wel is het Jhr. Caan geweest die een aantal aan Scriverius gerichte brieven verkocht of afgestaan moet hebben aan zijn collega staatsraad en autografenverzame­laar G.J. Beeldsnij­der van Voshol (1791-1853), welke vervolgens in de Koninklijke Bibliotheek terecht zijn gekomen.21 In 1838 huwde zijn dochter, Jkvr. Johanna Catha­rina Margaret­ha Caan (1819 1­879), met haar ach­terneef Pieter François (XI-C), een achterklein­zoon van Fransois (VIII-B) en Wil­helmia de Wildt. Door dit huwelijk komen de familiepapieren rond 1845 weer bij de Van Hoogstratens terug. Over de overdracht van deze papieren zijn we vrij nauwkeu­rig geïnfor­meerd. Deze Pieter François richt in 1847 samen met zijn broer Samuel Anne (XI-B) een verzoek aan de koning om in de adel­stand te worden verhe­ven. De koning had te kennen gegeven daar wel toe bereid te zijn. Er moest nu een uitvoeri­ge opgave gemaakt worden waaruit de Hoge Raad van Adel zou moeten kunnen opmaken dat de Van Hoog­stratens uit een aanzien­lijk geslacht stamden. Het verzoek is uiteindelijk niet geho­noreerd. In de uitvoerige opgave staat over de fami­liepa­pieren dat ze 'nu einde­lijk, bij gele­gen­heid eener zooge­naamde oprui­ming, nage­noeg twee jaren geleden, door (...) Jhr. Mr. H.J. Caan, in de handen van diens schoonzoon, den tweeden ondertee­kenaar dezer, zijn gekomen'. Over de papieren met betrekking tot de familie Schrijver staat verder alleen ge­schreven: 'Wij bezitten eene menigte manu­scripten, oude fami­liepapieren en genealogi­sche aanteekeningen van die fami­lie en andere daarme­de verwan­te aanzienlijke geslachten”. Behal­ve de papie­ren komt via deze familie­re­latie (uiteinde­lijk) ook een groot aantal van de door Samuel (X-A) beschreven portretten successie­velijk weer terecht bij de fami­lie Van Hoog­stra­ten. Er is een aantal aanwijzingen dat déze familiepa­pieren (de Scriveriana) niet bij de genoemde Pieter François blijven, maar bij zijn broer Samuel Anne onder beheer komen, en na hem bij diens oudste zoon Jan Samuel François (XII-C).
Een dochter van Pieter François, de ongehuwd gebleven Caroline Gerardina Johanna (XI-Cd), was zeer begaan met de familie­papieren en portretten. Uit een in het archief bewaarde brief van 24 oktober 1892 valt af te leiden dat haar tante Anna Elisabeth Swaving-Caan (1823-1897) haar enige familiepa­pieren, waaronder vermoedelijk niet de Scriveriana, had gegeven die gevon­den waren in de boedel van Jhr. Mr. Pieter Caan (1821-1894). Dan schri­jft ze: “Acht mij gelukkig als ik ze aan mijne neven zal kunnen ter hand stel­len, die de overige papieren hebben.” Zij stuurt volgens een andere brief inder­daad twee weken later de van haar tante ontvangen archivalia aan haar neef Jan Samuel Franço­is (XII-C), die dus al andere papieren, waaronder onge­twijfeld de Scriveriana, in zijn bezit had.
We vernemen voor het eerst weer van de Schrijver-papieren in 1937. Na het overlijden van Jan Samuel François treft diens oudste zoon François (XIII-H), op dat moment burgemees­ter van Hengelo, Gelderland, en klein­zoon van de bovengenoemde Samuel Anne, de bewuste archiefstuk­ken aan. Hij maakt zijn vondst in een brief bekend aan zijn oom Jan Willem Pieter (XII-D): “Beste Oom, Ik haast mij U te berich­ten dat ik vanmid­dag een belang­rijke ontdekking gedaan heb, op 't gebied 'Hoog­stratia­na'. Bij 't opruimen op de Parklaan na Vader's overlij­den vond ik op zolder eenige kisten met vele paperas­sen: (...) Voorts een pak brieven aan Petrus Scriveri­us, meest in het latijn (...). Vermoedelijk heeft Vader 't bestaan van deze dossiers nooit geweten; ik ben blij dat ik 't gemerkt heb (...) gaarne zal ik het hele pakket eens meebrengen, dan kunt U 't zelf eens rustig bestudeeren.”22
Jan Willem Pieter (XII-D) heeft vervolgens van vele van de brieven en andere stukken transcrip­ties, uittrek­sels en notities gemaakt. Zijn trans­cripties, die alle door ons gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd zijn, zijn bij de stukken gevoegd.
Voorgenomen en gerealiseerde publicaties
1. De beschrijvingen in deze inventaris verwijzen zowel naar voorgenomen als naar gerealiseerde publi­caties. De bestudering van de Scriveriana resulteerde allereerst in 1997 in een uitge­breid arti­kel, Scriveriana I, in het tijd­schrift Quae­rendo, a quarter­ly jour­nal from the low coun­tries devoted to manu­scripts and printed books. Dit is hetzelfde tijdschrift waarin Tuynman zijn genoemde overzichtsartikel over Petrus Scriverius' werk in 1977 publi­ceerde.
Het in 1997 verschenen artikel heet voluit: Pierre Tuynman, with the assistance of Michiel Roscam Abbing, 'Two histo­ry books that never appeared. Scrive­rius, Melis Stoke, the Widow van Wouw and Gouthoeven. Scrive­riana I', Quae­rendo, 27/2 (1997), 77-112.
In dit artikel wordt op blz. 80 de voorgenomen publi­ca­tie van de onderhavige inventaris aangekondigd. Daarnaast wordt aange­kondigd dat op een aantal interessante archiefstukken in vol­gende afleve­ringen nog wordt teruggekomen, en in noot 10 wordt vermeld dat de publicatie van een registratie van alle ver­spreid overgebleven brie­ven van en aan Scri­verius in voor­be­rei­ding is.
2. In 2001 verscheen 'Scriveriana II'.

Pierre Tuynman with the assistance of Michiel Roscam Abbing, 'Scri­verius, Stoke, and Bockenberg, Scriveriana II', Quaerendo A quarterly, 31/4 (2001), 265-280.


Dit artikel is niet alleen een vervolg op Scriveriana I, maar ook een eerste reactie op het in het voorjaar van 2001 te Hilversum verschenen Amsterdamse proefschrift van Sandra Langereis, Ge­schie­denis als ambacht. Oudheidkunde in de Gouden Eeuw: Arnol­dus Buchelius en Petrus Scriverius.

In overleg met Jan Samuel François (XIV-K), de toenmalige eigenaar van het familiearchief, werd door ons in 1996 aan Langereis toestem­ming verleend om voor haar onderzoek gebruik te maken van de brie­ven in het familiearchief. Lange­reis heeft vervol­gens echter zonder overleg en toestemming in Bijlage IV in haar proefschrift, een inventarisatie van alle haar bekende 'Cor­res­pondentie van Buche­lius en Scriverius', ook een volledige opgave opge­nomen van alle brieven in het Van Hoogstraten-archief, niettegenstaande het feit dat het merendeel daarvan geen betrekking heeft op haar onderwerp. De door ons toen reeds voorbereide en in Quaerendo aangekondigde inventaris van het gehele archief vermeldt zij daarbij niet, evenmin als de door ons voorgenomen publicatie van een werkelijk volledige - en dan ook aanzienlijk omvangrijker - registratie van de bewaard gebleven correspondentie van Scriverius. Daarenboven geeft Langereis in haar dissertatie een weergave van de door ons in Scriveriana I beschreven, tot dan toe onbekende episoden uit Scriverius' werkzaamheid op het gebied van de vaderlandse geschiedenis, zonder daarbij duidelijk te maken dat dit alles reeds enkele jaren tevoren - en uitvoeriger - gepubliceerd was als resultaat van ons onderzoek van en rond de Scriveriana in het Van Hoogstraten-archief. In bijlage III hebben wij kopieën toegevoegd van de hieromtrent gevoerde correspondentie.


3) M. Roscam Abbing en P. Tuynman, 'De “Schrijver-Van Roden­burg-bijbel” in het familiearchief-Van Hoogstraten', De Neder­landsche Leeuw, 2002, nr. 7-8, k. 319-33823.
4) Voorgenomen publicaties in de Scriveriana-reeks:

'Om de eer van Haar­lem' (over Petrus Scriverius' verdedi­ging van Laurens Jansz Coster, en dat Scriverius Haarlemmer van geboorte is, en geen Amsterdammer zoals Langereis stelt); 'Had Scriverius een vriendin?'; 'Oude en nieuwe fabels over Petrus Scriverius'. Tevens artikelen over een reeks van onderwerpen, zoals: Paulus Terhaar en Scriverius' literaire nalatenschap; Scriverius’ portret door Frans Hals; de veilingen in 1663 van Scriverius' bibliotheek en de postume uitgave van het Goutsche Chronycxken.


5) Inventaire van de correspondentie.

Registratie van achterhaalde correspondentie van Petrus Scriverius, met een overzicht van zijn woonadressen en transcripties van de door zijn familie geschreven brieven voorzien van een toelichting.

II. Inventarisnummers

1 Huwelijkse voorwaarden, o.a. van Hendrick Pietersz Schrijver

(2 stukken)
2 Testament Hendrick Pietersz Schrijver en echtgenote Cornelia Soop

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


Verilənlər bazası müəlliflik hüququ ilə müdafiə olunur ©kagiz.org 2016
rəhbərliyinə müraciət